|
Standpunt van Buurtwerkgroep Parooldriehoek
Ongeveer een jaar overleg tussen Buurtwerkgroep Parooldriehoek (BWG-P3H) en projectteam Parooldriehoek heeft geresulteerd in een 'eindplan' voor de Parooldriehoek. Dit betreft 'draft 9' van Prof. J. Busquets, ingeperkt tot de variant met de lagere toren op het Wibautplantsoen. Over dit plan zal binnenkort bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden. De BWG wil graag dat haar standpunt over het plan in de besluitvorming wordt meegenomen. Het BWG-standpunt is als volgt.
Ten opzichte van het vastgestelde SPvE Parooldriehoek is vooruitgang geboekt: de Parooltoren wordt gesloopt en de omvangrijke kantoorfunctie is drastisch gereduceerd ten gunste van de woonfunctie. Enorme kantoorvloeren kunnen echter niet zomaar omgezet worden in woningen i.v.m. licht- en luchttoetreding en leefbaarheid. Derhalve was een initiële afname van het bouwvolume van circa 10.000 m2 noodzakelijk. De BWG stemt met deze verbeteringen van harte in, maar vindt het niet voldoende.
Stedenbouwkundige opzet en invulling
Het stedenbouwkundig basisconcept (opdeling in deelgebieden met verschillende karakters, stratenpatroon) is goed. Positieve onderdelen zijn: de aansluiting van de 'small city grain' bij de bestaande bebouwing langs Olmenweg (oneven zijde) en Vrolikstraat, het nieuwe plantsoen, behoud van tenminste een deel van het huidige plantsoen, het niet bebouwen van omgeving metro-ingang Vrolikstraat, en de geleding van de bebouwing langs de Wibautstraat. Negatieve onderdelen zijn: de hoogbouw ter weerszijden van de fietsroute van de Wibautstraat naar het tunneltje richting Transvaalbuurt (hoge gebouwen langs een smalle straat, deels op het plantsoen), het gebouw op het plantsoen (sluit het resterende plantsoen af van de buurt), het profiel van de Verlengde Populierenweg nabij de Wibautstraat (hoge gebouwen langs een smalle straat), en de bebouwing tussen de fietsroute naar de Transvaalbuurt en de Verlengde Populierenweg (binnenplaats geheel omsloten door hoogbouw). Op deze plekken is de bebouwing te massaal.
Dichtheid
Over de stedelijke dichtheid in het plangebied hebben BWG en projectteam uitgebreid gediscussieerd. Het voorliggende plan omvat circa 100.000 m2 bvo nieuwbouw omvat en circa 6.500 m2 bvo bestaande bebouwing (ROC-ASA), en het plangebied heeft een oppervlak van circa 45.000 m2 bvo, zodat de Floor Space Index (FSI) voor de Parooldriehoek uitkomt op circa 2,37. Referentiegebieden (Meander, De Pijp) hebben een beduidend lagere dichtheid (FSI circa 1,9 tot 2) en zijn niettemin behept met wezenlijke stedenbouwkundige problemen als gevolg van de hoge dichtheid. Er zijn goede redenen waarom de dichtheid in de Parooldriehoek juist lager zou moeten worden dan in andere gebieden: de onregelmatige vorm van de Parooldriehoek laat geen efficiënte verkaveling toe en de vast objecten (ROC-ASA en metro-entrees) en de verkeersroutes in het gebied beperken het bebouwbaar oppervlak. De buurten rond de Parooldriehoek hebben een FSI van 1,57 of minder. Dit is al heel hoog. De structuurnota Kiezen voor Stedelijkheid specificeert voor een een grootstedelijk kerngebied (waartoe de Parooldriehoek behoort) een minimale dichtheid van 1,5. De conclusie is dat het voorgestelde plan zou leiden tot een excessieve stedenbouwkundige dichtheid in de Parooldriehoek. De BWG acht dit onverantwoord.
Volume versus geld
Over de stedenbouwkundige problemen is uitgebreid gedacht en gesproken. Ze kunnen niet worden opgelost door het verplaatsen van bouwvolume binnen het plangebied. De BWG raadt zowel DB als stadsdeelraad met nadruk af om t.b.v. ad hoc-oplossingen bouwvolumes te gaan verschuiven binnen het plangebied. De enige weg naar verbetering is een aanzienlijke vermindering van het bouwvolume. Dit stuit echter op financiële bezwaren in het kader van de grondexploitatie (GREX). Het projectteam heeft enig inzicht in de GREX geboden, wat de BWG waardeert. Niettemin is de rekenwijze grotendeels onduidelijk gebleven. Voor zover de BWG kan nagaan lijkt de GREX inderdaad weinig ruimte te bieden voor volumereductie. De BWG verbindt hier een wezenlijk andere conclusie aan dan het projectteam, dat vasthoudt aan een bouwvolume van 100.000 m2 bvo om de GREX sluitend te krijgen. De BWG acht de voorgestelde massale bebouwing onverantwoord voor de kwaliteit en leefbaarheid. Dit plan is geen goede ruimtelijke ordening. Als verbetering geld kost, dan moet er aanvullende financiering worden gevonden, bij gemeente, vastgoedbezitter en/of stadsdeel.
Leefbaarheid
Diverse wezenlijke aspecten van het plan zijn nog onduidelijk. De BWG maakt zich grote zorgen over de luchtkwaliteit. Simulaties van verkeersstromen met GENMOD tonen aan dat het plan leidt tot substantiële toename van autoverkeer langs de Wibautstraat. Dat zou leiden tot verdere achteruitgang van de, reeds slechte, luchtkwaliteit. De BWG vindt dit niet aanvaardbaar. Het argument van het projectteam dat razendsnelle ontwikkelingen in de autotechniek reeds binnen enkele jaren tot een veel schoner wagenpark zullen leiden zijn noch onderbouwd, noch geloofwaardig. De BWG dringt aan op adequaat onderzoek vooraf over de mate waarin intensivering van de Parooldriehoek mogelijk is binnen vigerende luchtkwaliteitsnormen en hierbij ook de andere grootschalige bouwprojecten langs de Wibautas betrekken. Naast slechte lucht vreest de BWG dat de voorgestelde hoogbouw een slecht windklimaat op zal leveren. Dit is niet onderzocht. De BWG acht een windonderzoek noodzakelijk voorafgaand aan de besluitvorming. Onderzoeken naar luchtkwaliteit, wind etc. leveren wezenlijke input voor de besluitvorming en moeten daarom niet worden doorgeschoven naar de uitvoeringsfase.
Conclusie
De BWG dringt krachtig aan op reductie van het bouwvolume, en de financiële inspanning om dit mogelijk te maken, teneinde de stedenbouwkundige problemen op te lossen en een leefbaar stuk buurt te maken.
Hoeveel volumereductie is nodig? Hierover is veel discussie geweest. Helderheid hierover is essentieel. De BWG stelt zich op als een serieuze discussiepartner in de planvorming, en beziet alle aspecten van het plan, inclusief goede ruimtelijke ordening, leefbaarhied en financiële haalbaarheid. Tevens tracht de BWG de opvattingen die in de betrokken buurten leven zo goed mogelijk weer te geven. Die opvattingen zijn in wezen simpel: hoogbouw is niet passend in de 19e-eeuwse buurten; de buurten ter weerszijden van Wibautstraat moeten zoveel mogelijk aaneen worden gesmeed door de stedenbouwkundige structuur van de 19e eeuw voort te zetten met de middelen en inzichten van de 21e eeuw. Hoe wenselijk ook vanuit buurtperspectief, deze opvatting leidt niet tot een haalbaar plan. De BWG streeft naar een balans tussen wat wenselijk is vanuit de leefbaarheid in de buurten en andere belangen. In een eerder stadium (Busquets' BWG-model versie 2) was een bouwvolume van 84.700 m2 bvo (FSI circa 1,9) aan de orde. Dit plan had wel degelijk nog wezenlijke gebreken (die de BWG heeft benoemd) maar was aanzienlijk minder slecht dan het huidige voortstel. Pogingen van de BWG om het financieel tekort op dit plan te reduceren door volume toe te voegen kunnen niet op steun rekenen vanuit de buurten. Het is niet zeker of met het genoemde volume een goed plan te maken is. Wat is wel zeker? In redelijkheid kan niet worden getwijfeld dat alle problemen opgelost worden bij een FSI die vergelijkbaar is met de omgeving (FSI circa 1,55) oftewel een bouwvolume van circa 70.000 m2 bvo. Het huidige volume in de Parooldriehoek is circa 37.000 m2 bvo. Globaal gesproken geldt voor de Parooldriehoek: een factor 2 intensivering is mogelijk, een factor 3 kan niet. Er ligt een essentieel probleem, niet alleen voor de Parooldriehoek maar voor de ontwikkeling van stad. Aanvaarding van de dwingende GREX-eisen zou nl. betekenen dat er in de stad geen leefbare buurten meer ontwikkeld kunnen worden.
|